Boek: Het hele verhaal

Ik ben momenteel – in de periode oktober/november 2020 – bezig met het afronden van een boek, getiteld Het hele verhaal. Het helen van ons gevoel van afscheiding. Als je wilt weten waar het over gaat, vind je hieronder een korte schets van de inhoud.

De Patriarchale Verschuiving
We zijn, en worden nog steeds, in onze tijd geconfronteerd met verschillende crises – waaronder een financiële crisis, een identiteitscrisis, een ecologische crisis en meer recentelijk ook een corona crisis – die in feite manifestaties zijn van een diepere, allesomvattende spirituele crisis waar we mee te maken hebben. Deze crisis is het resultaat van een ontwikkeling in de Westerse cultuur die teruggaat tot een paradigma verschuiving die ongeveer 6000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, en die ik de Patriarchale Verschuiving heb genoemd. Meestal wordt deze periode historisch als het begin van de Westerse cultuur en beschaving beschouwd (en wordt wat er daarvoor is gebeurd onder de noemer prehistorie geplaatst), maar ik ben ervan overtuigd geraakt (en  veel anderen met mij) dat dit maar de helft van het verhaal vertelt, of zelfs veel minder. Feministische onderzoekers hebben dit deel van het menselijke verhaal toepasselijk His Story genoemd, daarmee benadrukkend dat het in de eerste plaats het verhaal van mannen is geweest en van de overheersing van mannelijke waarden. Om Her Story er volwaardig aan toe te kunnen voegen, moeten we de periode van de prehistorie herwaarderen, de overblijfselen ervan bij de inheemse volkeren onderzoeken, en ze integreren in Our Story, het hele verhaal – dat ook een helend verhaal is.

Dubbele natuur en dualisme
Onderzoek op verschillende gebieden heeft duidelijk gemaakt dat door het begin van de menselijke cultuur en beschaving te beperken tot de periode vanaf 4000 voor onze jaartelling we verschillende belangrijke elementen in onze menselijke ontwikkeling hebben genegeerd. Ten eerste moeten we erkennen dat we allemaal een dubbele natuur hebben: enerzijds zijn we onderling verbonden wezens, die geboren worden uit en onlosmakelijk verbonden blijven met het universum, maar anderzijds ervaren we onszelf ook als een onafhankelijk subject – als ego of een afgescheiden zelf – dat zich tegenover de wereld geplaatst voelt. Met andere woorden, we zijn zowel coöperatieve als competitieve wezens. Oorspronkelijk bestond er een balans in onze dubbele natuur (in lijn met de balans van het dubbele karakter van de hele natuurlijke wereld, zoals prachtig uitgedrukt door het Taoïstische yin-yang-symbool), met de nadruk op onze verbonden, coöperatieve kant. Rond de periode van de Patriarchale Verschuiving manifesteerde zich een structurele onbalans in onze dubbele natuur – waarschijnlijk als gevolg van traumatische ervaringen waarmee de mensheid in die periode werd geconfronteerd, maar ook de verschuiving van de culturele nadruk van het  beeld naar het geschreven woord zal daarbij een rol hebben gespeeld – een onbalans die tot in onze tijd heeft kunnen voortduren. Dit is echt een paradigmaverandering geweest die alle niveaus van menselijke ontwikkeling heeft geraakt. Het menselijke ego – de kant van onszelf die zich onafhankelijk voelt – kwam plotseling op de voorgrond en genereerde in zijn onontwikkelde staat een diep gevoel van afscheiding, niet alleen van andere mensen maar ook van de omringende natuurlijke wereld. Mensen ervaarden zichzelf in toenemende mate niet langer als volledig ingebed in de natuurlijke wereld: ze plaatsten zichzelf erbuiten en erboven, en probeerden er vanuit deze positie controle over uit te oefenen. Het principe van controle impliceert een geest van strijd: hieruit kwam het dualistische wereldbeeld voort. Bestaande dualiteiten, waarbij de twee elementen elkaar aanvulden, veranderden in dualismen, waarbij de elementen tegenover elkaar werden geplaatst – zoals dag versus nacht, zomer versus winter, mannen versus vrouwen; en nieuwe dualismen werden gecreëerd vanuit het gevoel van afscheiding – zoals beschaving versus barbarendom, realiteit versus fantasie, het Vaderland versus het Moederland.

Spirituele wortels
In deze periode verschoof de beleving van het Heilige geleidelijk aan van de buitendeurse naar de binnendeurse wereld: een ontwikkeling tekende zich af van buitendeurse spiritualiteit naar binnendeurse religies. Dit betekent dat de opkomst van de zogenaamde Wereldreligies, waartoe ook de monotheïstische religies van het Joods-Christelijke erfgoed behoren, niet langer moeten worden beschouwd als een begin van een heel nieuw fenomeen in de mensenwereld, als manifestaties van de menselijke ontdekking van de religieuze aspecten van het leven. Deze religies blijken namelijk een belangrijke spirituele voorganger te hebben gehad, in de vorm van buitendeurse spiritualiteit, een menselijke ervaring van de realiteit die helemaal teruggaat tot de wortels van de mensheid. Om deze spiritualiteit een volwaardige plek te kunnen geven in ontwikkeling van de mensheid, moeten we het erfgoed van onze prehistorische voorouders compleet herwaarderen. Dit erfgoed is ooit vervormd geraakt door de Patriarchale Verschuiving, waardoor het negatieve beeld van onze onze voorouders als ‘primitieven’, ‘barbaren’ of ‘wilden’ ingang begon te krijgen, en werd ook aangenomen dat ze geen enkel besef hadden gehad van religie of spiritualiteit. Deze algemeen aanvaarde lage status van onze prehistorische voorouders heeft ook het beeld bepaald dat de Europese kolonisten ooit hadden van de inheemse volkeren waar ze mee in contact kwamen in de ‘Nieuwe Wereld’, en heeft  zelfs tot vrij recent kunnen voortleven. 

Het (verlies van) contact met de Heilige dimensie van het leven
De ontwikkeling van buitendeurse spiritualiteit naar binnendeurse religies liet zien dat het gevoel van afscheiding een diepgaande invloed had op onze ervaring van de Heilige dimensie van het leven. Toen we ons nog steeds ingebed voelden in de natuurlijke wereld, bezat de hele natuurlijke wereld – van het grote lichaam van het omringende landschap tot de kleinere lichamen, van onszelf en van de andere levende wezens – deze Heilige kwaliteit. In Nederland is het waarschijnlijk voor veel mensen vrij moeilijk voorstelbaar dat het omringende landschap, waarop de mens eeuwenlang op ingrijpende wijze een stempel heeft gedrukt en waarin nog weinig of geen ‘wildernis’ is overgebleven, dat dit landschap ooit een Heilige, bezielde kwaliteit heeft bezeten – en potentieel nog steeds bezit. Op een wat bescheidenere schaal zijn er natuurlijk altijd nog de bossen waarin de mensen kunnen bosbaden, en is het een feit dat mensen zelfs midden in een stedelijke omgeving altijd ingebed  blijven in de context van meer-dan-menselijke wereld (in de woorden van David Abram).
Maar goed, het blijft ook een feit dat we onszelf in de hele Westerse wereld ooit op een collectieve schaal in toenemende mate buiten de natuurlijke wereld hebben geplaatst, en onszelf er ook boven hebben verheven, waardoor alle grote en kleine lichamen hun Heilige kwaliteit verloren en werden gereduceerd tot louter materie. De natuurlijke wereld werd daardoor gereduceerd (in de woorden van Thomas Berry ) van ‘een communiceren van subjecten’ tot ‘een verzameling objecten’. In dit proces verloren we grotendeels het contact met het erfgoed waardoor de buitendeurse spiritualiteit ooit door onze voorouders werd beleefd – het diepgewortelde erfgoed dat ik heb aangeduid als het Godinnenerfgoed’ . En onze ideeën over dit erfgoed zijn door de eeuwen heen helaas ook behoorlijk vervormd geraakt onder een patriarchaal bewind dat tot in onze tijd heeft voortgeduurd. Daarom is het hele verhaal vertellen niet een zaak van een compleet nieuw verhaal vertellen om het oude verhaal te vervangen, maar van ons hart en onze geest openen voor ‘een nieuw en heel oud verhaal’ (in de woorden van Charles Eisenstein).

Hiërarchische organisatie buiten de natuur
Een andere ontwikkeling die werd gegenereerd door de Patriarchale Verschuiving is het opbouwen van hiërarchische organisaties, die van buitenaf en van bovenaf, top-down, worden aangestuurd door het principe van power over, van macht over anderen. Zoals gezegd, hebben we ons door deze verschuiving buiten de natuurlijke wereld geplaatst, en hebben we die gereduceerd tot louter materie, tot een verzameling objecten. Belangrijk is dat we daardoor ook het (juridische) idee van grondbezit mogelijk hebben gemaakt. Grondeigenaren konden hierdoor hun land reduceren tot potentiële grondstoffen die ze voor hun eigen voordeel konden exploiteren. Zoals we allemaal weten, hebben ze dit op grote schaal ook gedaan, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in de huidige ecologische crisis en het probleem van de klimaatverandering. De hiërarchische organisatiesvorm, het principe van power over en het idee van grondbezit, hebben ook de basis gevormd voor de vorming van natie staten. Deze werden vanaf het allereerste begin gedreven door een voortdurende drang tot uitbreiding van het grondgebied en het in bezit nemen van land van de heersers van andere natie staten. Ze werden daarbij geïnspireerd door abstracte ideeën van het Vaderland, en het is steeds duidelijker geworden dat het concrete Moederland – het omringende landschap waarin we allemaal zijn ingebed, de grond onder onze voeten en de hemel boven ons – enorm heeft geleden onder deze benadering van het leven. Hoewel sommige populistische politieke leiders vandaag de dag nog steeds blijven dromen van hun Vaderland en van het uitbreiden van hun macht, beseffen gelukkig ook steeds meer mensen dat we de huidige crisis nooit goed kunnen aanpakken door een voortzetting van het principe van top-down en power over – omdat deze benaderingswijze in beginsel het probleem heeft gecreëerd en zelf  dus heel duidelijk een deel is van het probleem.

De Grote Wending
Centraal in mijn boek staat het idee dat we eerst de impact van de Patriarchale Verschuiving, en wat er verloren is gegaan door deze verschuiving, goed moeten begrijpen,  voordat we de spirituele crisis in onze tijd kunnen helen door een nieuwe paradima verschuiving, die wordt aangeduid als de Grote Wending. Deze Grote Wending houdt een re-integratie in van de delen van ons menselijke verhaal die onderdrukt of genegeerd zijn, zodat we eindelijk het hele verhaal kunnen vertellen en er ook deel van uit kunnen maken. Door volledig te begrijpen wat we door de Patriarchale Verschuiving in het verre verleden onszelf hebben aangedaan, hoe we ons daardoor hebben afgesneden van belangrijke menselijke ervaringen die nodig zijn om ons in staat te stellen een volledig ontwikkeld en open leven te leiden, is in feite de energie voor de Grote Wending spontaan vrij gekomen, zowel op individuele als collectieve schaal, die het innerlijke en uiterlijke evenwicht belooft te gaan herstellen. Hierdoor kunnen we eindelijk deel worden van een Earth Community, een Aarde Gemeenschap, die niet alleen onszelf omvat, maar ook alle andere levende wezens, waaronder natuurlijk Moeder Aarde zelf. Dit concept van de Aarde Gemeenschap is geen abstract fenomeen en richt onze aandacht niet direct op de planetaire schaal, maar zorgt ervoor dat we dagelijks aandacht besteden aan het leven in onze directe omgeving door open, empathisch, respectvol, communicatief en coöperatief te zijn naar andere mensen toe, door dieren en planten zo goed mogelijk te behandelen – en door regelmatig ontzag te ervaren dat ons eraan herinnert dat we altijd en overal ingebed zijn in een veel grotere, natuurlijke wereld; in de meer-dan-menselijke wereld. Dan krijgt het volgende principe (dat ook het motto van deze website is) betekenis: alleen door volledig te beseffen waar we zijn, wat tijd en plaats betreft, komen we in contact met wie we werkelijk zijn – en altijd zijn geweest.

Andere thema’s
Enkele andere thema’s waaraan ik ook aandacht besteed in dit boek: de veranderde inzichten met betrekking tot de rol die het bewustzijn speelt in het leven; het seculiere, materialistische wereldbeeld dat nog steeds in de ‘mainstream’  wetenschap domineert; het belang van de relatief nieuwe inzichten van de wetenschappelijke ‘veld theorieën’; en het grote verschil tussen nadruk leggen op het hoofd en de hersenen, en nadruk leggen op het hart of het hara centrum.

Als ik in één zin zou moeten zeggen waar het boek over gaat: het boek gaat eigenlijk over thuiskomen – en over de vele obstakels die ons belet hebben om dit te doen.