Boek: Het hele verhaal

Ik ben momenteel bezig met het schrijven van een boek onder de titel Het hele verhaal. Het helen van ons gevoel van afscheiding, en ik hoop deze tekst ergens in het najaar van 2020 af te hebben. Als je een idee wilt hebben waar het over gaat, vind je hieronder een korte schets van de inhoud.

De Patriarchale Verschuiving
We zijn, en worden nog steeds, in onze tijd geconfronteerd met verschillende crises – zoals een financiële crisis, een identiteitscrisis, een ecologische crisis en meer recentelijk ook een coronacrisis – die in feite uitingen zijn van een diepere, meer omvattende spirituele crisis waar we mee te maken hebben. Deze crisis is het resultaat van een ontwikkeling in de Westerse cultuur die teruggaat tot een grote verschuiving die ongeveer 6000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, en die ik de Patriarchale Verschuiving heb genoemd. Meestal wordt deze periode historisch gezien als het begin van de Westerse cultuur en beschaving beschouwd (en wat er daarvoor is gebeurd, wordt onder de noemer prehistorie geplaatst), maar naar mijn mening (en vele anderen) vertelt dit maar de helft van het verhaal, of zelfs veel minder. Feministen hebben dit deel van het menselijke verhaal toepasselijk His Story genoemd, waarmee ze het feit benadrukken dat het in de eerste plaats het verhaal van mannen is geweest en van de overheersing van mannelijke waarden. Om Her Story op te nemen, moeten we de periode van de prehistorie herwaarderen, de overblijfselen ervan onder de inheemse bevolking onderzoeken, en ze integreren in Our Story, het hele verhaal.

Dubbele natuur
Onderzoek op verschillende gebieden heeft duidelijk gemaakt dat door het begin van de menselijke cultuur en beschaving te beperken tot de periode vanaf 4000 voor onze jaartelling we verschillende belangrijke elementen in onze menselijke ontwikkeling hebben genegeerd. Ten eerste moeten we erkennen dat we allemaal een dubbele natuur hebben: enerzijds zijn we onderling verbonden wezens, die geboren worden uit en onlosmakelijk verbonden blijven met het universum, maar anderzijds ervaren we onszelf ook als een onafhankelijk subject – als ego of een afgescheiden zelf – dat zich tegenover de wereld geplaatst voelt. Met andere woorden, we zijn zowel coöperatieve als competitieve wezens. Oorspronkelijk bestond er een balans in onze dubbele natuur (in lijn met de balans van het dubbele karakter van de hele natuurlijke wereld, zoals prachtig uitgedrukt door het taoïstische yin-yang-symbool), met de nadruk op onze onderling verbonden, coöperatieve kant. Rond de periode van de Patriarchale Verschuiving manifesteerde zich een structurele onbalans in onze tweeledige natuur, waarschijnlijk als gevolg van traumatische gebeurtenissen waarmee mensen in die periode werden geconfronteerd, een onbalans die tot in onze tijd voortduurt. Dit is echt een paradigmaverandering geweest die alle niveaus van menselijke ontwikkeling heeft geraakt. Het menselijke ego, of het afgescheiden zelf – de kant van onszelf die onafhankelijk aanvoelt – kwam plotseling op de voorgrond en genereerde een diep gevoel van afscheiding. We ervaarden onszelf niet langer collectief als volledig ingebed in de natuurlijke wereld, we plaatsten ons erbuiten en erboven, en probeerden er vanuit deze positie controle over uit te oefenen. Dit gevoel van afscheiding had een diepgaande invloed op onze ervaring van de Heilige dimensie van het leven. Toen we ons nog steeds ingebed voelden in de natuurlijke wereld, bezat de hele natuurlijke wereld – van het grote lichaam van het landschap om ons heen en het kleinere lichaam dat we bewonen – duidelijk deze Heilige kwaliteit. Door onszelf buiten de natuurlijke wereld te plaatsen, verloren alle materiële lichamen hun Heilige kwaliteit en werden ze teruggebracht tot louter materie.

Spirituele wortels
In deze periode verschoof de beleving van het Heilige geleidelijk van de buitendeurse naar de binnendeurse wereld. Een ontwikkeling tekende zich af van buitendeurse spiritualiteit naar binnendeurse religies. Dit betekent dat de opkomst van de zogenaamde Wereldreligies, waartoe de monotheïstische religies van het Joods-Christelijke erfgoed behoren, niet langer worden beschouwd als een begin van een heel nieuw fenomeen in de mensenwereld, als het markeren van de menselijke ontdekking van religieuze aspecten van het leven, maar dat deze religies een belangrijke spirituele voorganger hadden, in de vorm van buitendeurse spiritualiteit. Hiervoor moeten we het erfgoed van onze prehistorische voorouders herwaarderen, dat ooit is vervormd door de Patriarchale Verschuiving, die hen de lage status heeft gegeven van ‘primitieven’, ‘barbaren’ of ‘wilden’ waarvan werd aangenomen dat ze geen enkel idee hadden van religie of spiritualiteit. Deze algemeen aanvaarde lage status van onze prehistorische voorouders, die tot vrij recent heeft geduurd, heeft ook onze kijk op het Godinnenerfgoed vertekend, waardoor de buitendeurse spiritualiteit van onze voorouders tot uiting kwam, en van de manieren waarop het erin is geslaagd om in latere perioden voort te kunnen blijven leven.

Hiërarchische organisatie buiten de natuur
Een andere ontwikkeling die werd gegenereerd door de Patriarchale Verschuiving is de oprichting van hiërarchische organisaties, die van buitenaf en van bovenaf, worden geregeerd door het principe van macht-over. Door deze verschuiving hebben ons buiten de natuurlijke wereld geplaatst; hebben we die gereduceerd tot louter materie, tot een verzameling objecten, en hebben we het (juridische) idee van grondbezit mogelijk gemaakt. Grondeigenaren konden hierdoor hun land reduceren tot potentiële grondstoffen die ze voor hun eigen voordeel kunnen exploiteren en, zoals we allemaal weten, hebben ze dit op grote schaal ook gedaan, wat heeft geresulteerd in de huidige ecologische crisis en het probleem van de klimaatverandering. De oprichting van hiërarchische organisaties, het principe van macht-over en het idee van grondbezit gaven ook aanleiding tot de vorming van natiestaten, die in de loop van de tijd groter en groter werden totdat ze zich uitbreidden tot de omvang van imperiums. Ze werden vanaf het allereerste begin gedreven door de voortdurende drang naar uitbreiding en verovering. Ze werden gedreven door abstracte ideeën van het Vaderland, en het is duidelijk dat het concrete Moederland, het omringende landschap waarin we allemaal zijn ingebed – de grond onder onze voeten en de hemel boven ons – , enorm heeft geleden onder deze benadering. Hoewel sommige populistische politieke leiders vandaag de dag nog steeds blijven dromen van hun Vaderland en van het uitbreiden van hun macht, beseffen gelukkig steeds meer mensen dat we nooit goed kunnen omgaan met de huidige crisis door het principe van top-down en power over (macht over anderen) – omdat deze benadering in feite het probleem heeft gecreëerd in de eerste plaats en zelf een deel is van het probleem.

De Grote Wending
Centraal in mijn boek staat het idee dat we eerst de impact van de Patriarchale Verschuiving moeten begrijpen, en wat er verloren is gegaan door deze verschuiving, voordat we de spirituele crisis waarmee we in onze tijd worden geconfronteerd kunnen helen en wat wordt genoemd de Grote Wending. Deze Grote Wending houdt een re-integratie in van de delen van ons menselijke verhaal die onderdrukt of genegeerd zijn, zodat we eindelijk het hele verhaal kunnen vertellen en er deel vanuit kunnen maken. In feite, door volledig te begrijpen wat de Patriarchale Verschuiving in het verre verleden ons heeft aangedaan, hoe het ons heeft afgesneden van belangrijke menselijke ervaringen die nodig zijn om ons in staat te stellen ons leven volledig en openlijk te leven, in het bijzonder met betrekking tot het Heilige, is de Grote Wending spontaan ontstaan, zowel op individuele als collectieve schaal, door de terugkeer naar ons innerlijke en uiterlijke evenwicht. Het maakt ons eindelijk deel uit van een Earth Community, een Aarde Gemeenschap, die niet alleen onszelf omvat, maar ook alle andere levende wezens op onze planeet. Dit concept van de Aarde Gemeenschap is niet abstract en richt onze aandacht niet direct op de planetaire schaal, maar zorgt ervoor dat we dagelijks aandacht besteden aan het leven in onze directe omgeving door open, empathisch, respectvol, communicatief en coöperatief te zijn naar andere mensen toe, door dieren en planten zo goed mogelijk te behandelen – en door regelmatig ontzag te ervaren dat ons eraan herinnert dat we altijd en overal ingebed zijn in een veel grotere, natuurlijke wereld. Dan krijgt het principe, dat ook het motto van deze website is, betekenis: alleen door volledig te beseffen waar we zijn, wat tijd en plaats betreft, komen we in contact met wie we werkelijk zijn – en altijd zijn geweest.

Kortom, het boek gaat eigenlijk over thuiskomen – en over de vele obstakels die ons dit hebben belet.